Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

SPQR

Tekst 52: DIploma

52 diploma
Toen Plinius binnenkwam zat zijn echtgenote huilend op een lage stoel, terwijl er een brief naast haar op de grond lag.
Verschrikt zei Plinius: “Mijn Calpurnia, zeg mij wat er gebeurd is”.
Calpurnia antwoordde terwijl er tranen over haar gezicht stroomde, en ze aan haar echtgenote de brief overhandigde: “ O Plinius, lees deze brief die door mijn zeer geliefde tante Hispulla is gestuurd. Hispulla kondigt aan dat haar vader, mijn grootvader, gestorven is en de begrafenis al is afgehandeld. Ik verlang naar mijn tante te gaan.
Omdat de begrafenis is uitgevoerd is het mij niet meer toegestaan mijn grootvader vaarwel te zeggen, maar het behoort dat ik mijn tante troost, die - nadat ze haar vader is verloren - zonder echtgenoot, zonder kinderen, alleen thuis verblijft.
Waren we maar in Rome gebleven! Als jij niet zo ver van de stad je plicht zou vervullen, zou ik binnen enkele dagen bij haar kunnen aankomen. Nu echter, omdat er vele landen en zeeën tussen ons liggen worden wij gescheiden door een enorme afstand. Geef mij aub een reispas want als ik een reispas gebruik zal ik sneller reizen.”

Terwijl hij zijn echtgenote omhelsde sprak Plinius: “Omdat je de dood van je grootvader hebt vernomen ben je natuurlijk erg verdrietig. Hoewel ik word ontroerd door jou tranen, moet ik jou toch het gebruik van een reispas weigeren, want reispassen hebben helemaal geen betrekking op persoonlijke reizen.” Nadat ze zich meteen uit de omhelzing van haar echtgenoot had losgemaakt zei Calpurnia met een stem die door de tranen bleef steken.
“Je houdt dus niet genoeg van me. Je houdt meer van wetten en voorschriften. Ik zal vertrekken. Als ik ben vertrokken zal niemand jou afhouden van je plicht!” Ze rende naar haar slaapkamer. Nadat hij haar was gevolgd zei Plinius: “Vergeef me. Als je wilt, zal ik je een reispas toekennen. Als de noodzaak drukt, moeten wetten worden gebroken

Nadat de reis was voorbereid hielp Plinius zijn vertrekkende echtgenote om in de wagen te klimmen. Nadat het wagen uit het zicht was gegaan dacht hij bij zichzelf: Ik twijfel of de keizer toestaat dat reispassen voor persoonlijk gebruik worden toegepast. Hoe moet ik Trojanus overtuigen van de noodzaak van deze reis?