7.2a de overheid gehoorzamen
Categorie: Boek > SPQR > Versie 1
Laat elke ziel onderworpen zijn aan hoger geplaatste machten; want er is geen macht behalve (die) van God: de (machten) die er zijn, zijn door God ingesteld. Dus wie zich tegen de macht verzet, verzet zich tegen Gods ordening. Wie zich verzetten, krijgen er een oordeel over zichzelf bij: want leiders hoeven niet gevreesd te worden door goede daden, maar slechte (letterlijk: zijn niet tot vrees van het goede werk, maar van het slechte). Wil je echter de macht niet vrezen? Doe (dan) het goede: en je zult lof van haar (= de overheid) hebben: zij is immers een dienaar van God, gericht op het welzijn voor jou. Maar als je iets slechts zult hebben
gedaan, vrees (dan): want ze (= de overheid) draagt niet voor niets een zwaard. Ze is immers een dienaar van God: een bestraffer in woede voor degene die kwaad doet. Daarom is het nodig dat jullie onderworpen zijn,
niet alleen wegens de woede, maar ook wegens het geweten. Daarom immers betalen jullie ook belasting: want zij zijn dienaren van God, die juist met dit doel dienstdoen. Geef dus terug aan allen wat je verschuldigd bent; belasting aan wie (je) belasting (verschuldigd bent), tol aan wie (je) tol (verschuldigd bent); angst aan wie (je) angst (verschuldigd bent), eer aan wie (je) eer (verschuldigd bent).