7.4a juridisch onderzoek
Categorie: Boek > SPQR > Versie 1
Vooralsnog heb ik met de mensen die naar mij gebracht werden als christenen deze werkwijze gevolgd. Ik
ondervroeg henzelf of ze Christenen waren. Degenen die bekenden vroeg ik nogmaals, en een derde keer,
dreigend met straf; ik beval dat degenen die volhielden werden weggeleid. Want ik twijfelde er niet aan, wat
het ook was dat ze bekenden, dat toch zeker hun koppigheid en onbuigzame halsstarrigheid moest worden
gestraft.
Er waren anderen met dezelfde waanzin, (maar) omdat ze Romeinse burgers waren, heb ik op een lijst
aangetekend dat zij moesten worden teruggestuurd naar de stad. Snel deden zich door deze behandeling meer
bijzondere gevallen voor, zoals gewoonlijk gebeurt, omdat de beschuldiging zich verbreidde.
Er werd een anonieme schriftelijke aanklacht voorgelegd, die de namen van vele mensen bevatte. Ik heb
gemeend hen te moeten wegsturen, die ontkenden dat ze christen waren of waren geweest, toen ze terwijl ik
voorging de goden aanriepen en met wierrook en wijn offerden aan een beeld van u, waarvan ik voor dit doel
had bevolen om hem bij de godenbeelden te zetten, en bovendien Christus vervloekten, (dingen) waarvan men
zegt dat zij er niet toe gedwongen kunnen worden wie daadwerkelijk christenen zijn.