Hoofdstuk 12, taaloefening H
Categorie: Boek > Pallas > Druk 1: boek 1
H.
1. De oorlog is voor de mensen verschrikkelijk, omdat velen bij het gehate gevecht sterven.
2. De dood is een lange slaap.
3. Hektor vindt de bronzen wapens van Achilles mooi.
4. Hektor, de sterke legeraanvoerder van de Trojanen, vlucht voor de verschrikkelijke Achilles.
5. Het verdriet van de soldaten is groot, omdat Achilles de heerser van hen doodt.
6. De dood van de beste zoon gaat ter harte bij de oude Priamos.
7. Waarom gaat Priamos naar de gehate heerser? Hij wil de zoon wegdragen.
8. De goden van Priamos bekomemren zich; want groot gevaar is voor de gehate.
9. Stuur Priamos niet weg, Achilles! Bekommer je om het verdriet van de heerser!
10. De koningin van de Trojanen is erg blij: want Priamos is met het kind naar huis gekomen.