Hoofdstuk 3, caput 9: Machtsmisbruik
Categorie: Boek > Via Nova > Boek 3
1. Toch wegen andere daden en uitspraken van hem zo zwaar, dat men meent dat
hij misbruik heeft gemaakt van zijn absolute macht en dat hij terecht is
vermoord. Het was hem immers niet genoeg buitensporige eerbewijzen te aanvaarden
(het consullat gedurende meerdere jaren aaneen, de functie van dictator voor het
leven, het toezicht op de zeden, daarbij de voornaam Imperator, de titel Vader
des Vaderlands, de plaatsing van zijn standbeeld tussen die van de koningen en
een loge in de orchestra), hij liet zich ook eerbewijzen toekennen die de
menselijke maat te boven gaan: een gouden zetel in het senaatsgebouw en op de
rechtbank, een wagen en een draagbaar voor gebruik bij de processie naar het
Circus, tempels, beelden naast die van de goden, een godendivan, een flamen, een
afdeling Luperci en de vernoeming van een maand naar hem. Er was geen
overheidsfunctie die Caesar niet naar eigen willekeur voor zichzelf nam of
anderen verleende.
2. Zijn derde en vierde consulaat bekleedde hij alleen in naam. Hij had genoeg
aan de bevoegdheid van dictator, die de senaat hem tegelijk met de consulaten
had toegekend. In beide jaren liet hij zich gedurende de drie laatste maanden
door twee andere consuls vervangen, zonder dat hij intussen verkiezingen liet
houden behalve voor tribunen en volksaediles. Hij stelde prefecten aan met de
rang van praetor om tijdens zijn afwezigheid de zaken in Rome te behartigen.
Toen op de laatste dag van het jaar door het plotselinge overlijden van de
consul diens post voor enkele uren onbezet was, gaf hij die aan een man die erom
vroeg.
3. Met dezelfde willekeur wees hij, zonder zich aan de traditie iets gelegen
te laten liggen, magistraten voor verscheidene jaren van tevoren aan. Tien
mannen, die slechts praetor waren geweest, gaf ij de onderscheidingstekens van
oud-consuls, mensen aan wie het burgerrecht had verleend en enkele half
barbaarse GalliŽrs nam hij op in de senaat. Verder gaf hij aan zijn eigen slaven
de leiding van de Rijksmunt en de openbare belastingsdienst. De drie legioenen
die hij in AlexandriŽ had achtergelaten, vertrouwde hij toe aan het commando van
Rufio, de zoon van een vrijgelatene, een van zijn schandknapen.