Hoofdstuk 1, oefening 32
Categorie: Boek > Fabulae
1. Als het beest komt, laat de ene jongen de andere in de steek.
2. Het beest eet geen dode mannen.
3. Het beest denkt dat de man dood is en keert terug naar het bos.
4. Vriend, er komt een beest vanuit het bos.
5. De ene man vlucht, maar komt na een tijdje terug.
6. De andere man wenst door de akkers te vluchten, maar hij is er niet toe in staat.
7. Hij ligt gedurende een tijdje op de grond.
8. Wat zegt het beest aan jou, vriend?
9. Kijk, het beest rent vanaf het bos naar de jongens.
10. Ik laat mijn vriend niet in de steek.

In uitstel schuilt gevaar (Livius AUC 38.25.13)