Ieder Ballingsoord voldoet (ad Helviam matrem de consolatione X, 1 - 8)
Categorie: Auteur > Seneca
a. De behoeftes van het lichaam zijn gering (1 - 2)
Marcellus heeft dus goed zijn ballingschap verdragen en de verandering van plaats veranderde niets in zijn geest, hoewel armoede er het gevolg van was;
Dat in haar niets kwaads is, begrijpt een ieder mits hij nog niet terechtgekomen is in de waanzin van de alles vernietigende hebzucht en het verlangen naar weelde.
Want hoe weinig immers is het wat nodig is voor het onderhoud van de mensen!
En aan wie kan dit ontbreken, die ook maar enige dapperheid heeft?
Wat mijzelf betreft, ik begrijp dat ik niet rijkdom maar bezigheden kwijtgeraakt ben. De behoeften van het lichaam zijn gering: het wil dat kou verdreven wordt, het wil honger en dorst stillen met eten en drinken;
Wat daarbuiten wordt begeerd, wordt nagejaagd voor ondeugden, niet voor behoeften. Het is niet noodzakelijk om de hele diepte van de zee te doorzoeken noch zijn buik te overladen door een slachting van dieren noch oesters van een verweg gelegen zee op te sporen op een onbekend strand: Mogen de goden diegene ten gronde richten, wier verlangen naar luxe de grenzen van ons zo benijdenswaardige rijk overschrijft!

b. Vraatzucht heeft baat bij armoede (3-4)
Voorbij de Phasis willen zij dat gevangen wordt, dat wat een ambitieuze keuken tot stand brengt en het doet geen verdriet om vogels te vragen aan de Parthen, van wie wij nog niet een schadevergoeding hebben gekregen.
Van alle kanten slepen ze alles aan voor hun vraatzucht die walgt van bekende dingen; Wat een maag verzwakt door lekkernijen/genot nauwelijks toelaat, wordt van de verst verwijderde oceaan aangevoerd;
Zij braken om te eten, eten om te braken, en zij verwaardigen zich zelfs niet om maaltijden, welke ze bijeenzoeken van over de hele wereld, te verteren.
Als iemand die dingen minacht, wat doet armoede hem dan kwaad?
Als iemand die dingen begeerd, dan baat hen zelfs armoede;
Hij wordt immers onvrijwillig genezen en, ook al neemt hij de geneesmiddelen niet gedwongen, ondertussen is hij zeker, zo lang als hij niet kan, gelijk aan iemand die die dingen niet wil.
Gaius Caesar, die de natuur mij toe schijnt voortgebracht te hebben om te laten zien wat de grootste ondeugden met de hoogste positie tot stand kunnen brengen, dineerde op een dag voor (een prijs van) 10 miljoen sesertiŽn; en hierbij geholpen door de vindingrijkheid van allen, kon hij toch met moeite een manier ontdekken, waarbij de belasting van 3 provincies tot 1 diner werd omgezet.

c. Er is geen ruimte voor al die rijkdmomen (5-6)
O beklagenswaardige, waarvan de eetlust niet wordt aangewakkerd, alleen in aanwezigheid van kostbare spijzen! Niet de uitzonderlijke smaak of anders de zoetigheid voor de keel maakt het voedsel kostbaar, maar de zeldzaamheid en de moeilijkheid om de spijzen aan te schaffen maakt ze kostbaar.
In het andere geval, stel dat het bij hen zou bevallen terug te keren naar een gezonde instelling, waarom zijn dan zoveel kunstmiddelen nodig die ten dienste staan van de maag? Waarom is er behoefte aan goederen? Waarom is het verwoesten van de bossen nodig? Waarom het doorzoeken van de diepte van de zee? Overal liggen spijzen, die de natuur op alle plaatsen heeft uitgespreid; maar deze gaan ze voorbij als blinden en ze trekken door alle gebieden, ze steken de zeŽen over en ze wekken voor een grote prijs hun honger op terwijl ze hem voor een kleine prijs zouden kunnen stillen.
Ik wil graag zeggen: Waarom laten jullie schepen uitvaren? Waarom bewapenen jullie je groepen tegen vijandige wilde beesten en vijandige mensen? Waarom rennen jullie met zoveel onrust alle kanten uit? Waarom stapelen jullie schatten op schatten? willen jullie niet bedenken hoe klein jullie lichamen zijn? Is het geen waanzin en de uiterste vergissing van de geest, om zoveel te verlangen terwijl je zo weinig kunt bevatten?
Hoewel jullie dus je bezit vermeerderen, je grenzen uitbreiden, zullen jullie lichamen toch nooit uitzetten. Terwijl de handel goed is gegaan, vele veldtochten zijn teruggekeerd, hoewel vele spijzen bij jullie bij elkaar gebracht zijn, zullen jullie geen ruimte hebben om deze voorraad van jullie onder te brengen.

d. Waren onze deugdzame voorouders ongelukkig? (7-8)
Waarom zoeken jullie zo veel bij elkaar? Natuurlijk waren onze voorouders, wier moed nu nog een steun is voor onze fouten, ongelukkig, die met hun eigen hand hun maaltijd bereidde, voor wie de grond een bed was, wier huizen nog niet schitterden met goud, wier tempels nog niet fonkelden van edelstenen;
Dus toen werd vroom gezworen bij goden van klei/ terracotta beelden: Zij, die hen hadden aangeroepen, keerden terug naar de vijand, vast besloten om te sterven, opdat zij hun eed niet zouden breken. Natuurlijk leefde onze dictator minder gelukkig die de gezanten van de Samnieten aanhoorde terwijl hij zelf met zijn eigen hand een zeer bescheiden maaltje op het vuur stond te roeren - die hand, waarmee hij al dikwijls een vijand had verpletterd en een laurierkrans had neergelegd op de schoot van de Capitolijnse Jupiter - dan Apicius die leefde in onze tijd, die in die stad, waaruit eens de filosofen als bedervers van de jeugd bevolen had weg te gaan, de wetenschap van de keuken onderwijzen met zijn onderricht onze generatie bedierf. Zijn dood te kennen is de moeite waard.