Hoofdstuk 13, tekst A
Tekst 13A De waarschuwing van Laokoön
1. Daar rende Laokoön, priester van de Trojanen, uit de stad naar beneden met twee zonen.
2. Want hij was erg boos op de burgers en drukte hen het volgende op het hart:
3. Burgers, wat doen jullie?
4. Jullie zijn onverstandig!
5. Weten jullie dan niet dat de Grieken dat paard hier met een list hebben gebracht
6. en dat zij zeer onbetrouwbaar zijn, ook al laten ze geschenken voor jullie achter?
7. Luister naar mij: het is helemaal niet nodig dat jullie het paard naar de stad slepen,
8. want het is duidelijk dat dat paard veel ellende voor jullie allen brengt.
9. Vertrouw dus op mij en doe zoals ik jullie op het hart druk.
10. Met deze woorden waarschuwde Laokoön de burgers.
11. Bovendien gooide hij met zijn arm een speer naar het paard.
12. Toen dan kropen twee grote slangen uit de zee naar het land:
13. deze waren zeer angstaanjagend en kropen naar Laokoön.
14. Meteen wurgen ze met hun lichamen Laokoön zelf en de twee zonen.
15. Toen hield de angst de meeste Trojanen in zijn macht:
16. allen zeiden hetzelfde tegen elkaar:
17. “Het is duidelijk dat de dood van Laokoön en de kinderen een teken voor ons is:
18. deze dood is een straf van de goden.
19. Want het is duidelijk dat het paard gewijd is aan een of andere god.
20. Het is noodzakelijk dat wij het naar de stad slepen.”
21. Dit zeiden de Trojanen dus en ze besloten om het paard naar de stad te slepen.
22. Ze deden dit meteen.