Hoofdstuk 18, oefeningen
Categorie: Boek > Via Nova > Boek 2 Imperium
Opdracht 1
1a De arbeiders vullen de vormen.
1b De vormen worden door de arbeiders gevuld.
2a De anderen brengen weg de volle vormen.
2b De volle vormen worden door de anderen weggebracht.
3a De zon droogt de tegels.
3b De tegels worden gedroogd door de zon.
4a De werklieden brengen naar voren, uit de vormen, de droge tegels.
4b De droge tegels worden naar voren gebracht, door de werklieden, uit de vormen.
5a De slaven dragen de tegels onder het afdakje.
5b De tegels worden gedragen door de slaven onder het afdakje.
6a De meester regelt de zaak goed.
6b De zaak wordt goed geregeld door de meester.
Opdracht 2
a)
1. vexamus = wij kwellen
2. vocat = hij/zij/het roept
3. adiuvabant = zij hielpen/ zij waren aan het helpen
4. impedis = jij belemmert
5. protego = ik bescherm
6. vulnerabat = hij/zij/het verwondde / was aan het verwonden
7. custodiebatis = jullie bewaakten / jullie waren aan het bewaken
8. appelabamus = wij noemden / wij waren aan het noemen
9. times = jij vreest, jij bent bang voor
10. videbam = ik zag / ik was aan het zien
b)
1. vexamur = wij worden gekweld
2. vocatur = hij/zij/het wordt geroepen
3. adiuvabantur = zij werden geholpen / zij waren bezig geholpen te worden
4. impediris =jij wordt belemmerd
5. protegor = ik wordt beschermd
6. vulnerabatur = hij/zij/het werd verwond, hij/zij/het was bezig verwond te worden
7. custodiebamini = jullie werden bewaakt, jullie waren aan het bewaakt worden
8. appelabamur =wij werden genoemd, wij waren aan het genoemd worden
9. timeris = jij wordt gevreesd, voor je wordt bang voor
10. videbor = ik werd gezien, ik was aan het gezien worden

Opdracht 3
a)
1. Terretur = hij/zij het wordt bang gemaakt
2. Convocabamini = jullie werden bijeengeroepen
3. Teneris = jij wordt vastgehouden
4. lavabamur = wij werden gewassen
5. invitor = ik word uitgenodigd
6. monebar = ik werd geadviseerd
7. salutabatur = hij/zij/het werd begroet
8. servantur = zij worden gered
9. retinebaris = jij werd tegengehouden/ jij werd vastgehouden
10. laudamini = jullie worden geprezen
b)
1. terret = hij/zij/het maakt bang
2. convocabatis = jullie riepen bijeen/ jullie waren aan het bijeenroepen
3. tenes = jij houdt vast
4. lavabamus = wij wasten , wij waren aan het wassen
5.invito = ik nodig uit
6. monebam = ik adviseerde
7. salutabat = hij/zij/het begroette
8. srvant = zij redden
9. retinebas = jij hield tegen / jij hield vast
10. laudatis = jullie prijzen

Opdracht 4
Persoonsvorm Persoon 1,2,3 Getal ev/mv Tijd prs/imp/prf/pqp Gezichtspunt act./pass.
coleris 2 ev praesens passief
rogavit 3 ev perfectum actief
Credo 1 ev praesens actief
esse 1,2,3 infinitivus Ev,mv praesens actief
putare 1,2,3 infinitivus Ev,mv praesens actief
curat 3 ev praesens actief
detineor 1 ev praesens passief
suscipiuntur 3 mv prasens passief
est 3 ev praesens actief
parere 1,2,3, infinitivus Ev,mv praesens actief
debeo 1 ev praesens actief
rediddit 3 ev perfectum actief
confirmavit 3 ev perfectum actief
laborare Infinitivus 1,2,3 Ev, mv praesens actief
debemus 1 mv praesens actief
colimur 1 mv praesens passief
audimur 1 mv praesens passief
decernitur 3e ev praesens passief
dederunt 3 mv praesens actief
colimini 2e mv praesens passief
praefero 1 ev praesens actief
tacebat 3 ev imperfectum actief
ferebat 3 ev imperfectum actief


Opdracht 5 a)
1 Castra Romana barbari saepe oppugnantur
2 Tempesta iter impedivit
3 Coniunx domus bene administrabat.
4 Finivimus nos paene opus.
5 Naves adducunt arma ad socios.
1 De barbaren belegerden de Romeinse legerkampen vaak.
2 De storm belemmerde de reis.
3 De echtgenote bestuurde het huis goed.
4 Wij eindigden bijna het werk.
5 De schepen brengen de wapens naar de bondgenoten.


b)
1 A labore servi valde fatigati sunt.
2 A Centurione milites miseri vexabantur.
3 A nobis vos iam diu exspectamur.
4 Ego invitor a amico ad cenam.
5 A magistro est monuitus puer nuper.
1 De slaven werden zeer moe door het werk.
2 De ongelukkige soldaten worden gekweld door de onderofficier.
3 Jullie worden al lang door ons verwacht.
4 Ik word uitgenodigd door de vriend bij de maaltijd.
5 De jongen werd geadviseerd zojuist door de meester.

Opdracht 6
a)
1 convocavimus = convocati sumus
2 impeditus sum = ipmedivi
3 depelles
4 opprimebaris
5 oppugnavimus
6 offendimini
7 appelatus eram
8 custodiveras
9 coguntur
10 abductus est
11 excitavit
12 incitati eratis
13 laudaris
14 vocaverunt
15 monuiti sumus


b)
1 wij werden bijeengeroepen
2 Ik belemmerde, Ik heb belemmerd
3 jij verdrijft
4 jij werd overweldigd
5 Wij belegerden, wij hebben belegerd
6 jullie worden tegen gestoot, jullie worden beledigd
7 Ik was genoemd geweest
8 Jij had bewaakt
9 Zij worden gedwongen
10 Hij werd weggeleid, hij is weggeleid
11 Hij maakte wakker, hij heeft wakker gemaakt
12 Jullie waren aangespoord
13 Jij werd geprezen
14 Jullie riepen, jullie hebben geroepen
15 Wij werden geadviseerd, wij zijn geadviseerd


Tekstvragen bij 18.2
1a de eerste mededeling over de vrouw is dat ze een Bataafse was. : Vaeleda Femina Batava fuit.
1a de tweede mededeling over de vrouw is dat zij thuis vaak alleen bleef zonder haar man.: Vaeleda domi sola relinquebatur.
1b de eerste mededeling over de man is dat hij vaak zeer bezet was met zaken.:Maritus negotiis valde occupatus ….
1b de tweede mededeling over de man is dat hij vaak afwezig vas van Vaeleda.: Maritus saepe aberat
2a De reactie van de zussen is: zij keken met veel bewondering rond in de villa.: multa admiratione circumspectaverunt.
2b het voorbeeld van “luxuriosa” dat in deze alinea wordt genoemd is: de badkamer. “balneolum”
3a Ganna noemt het leven van Vaeleda als volgt: zij Vaeleda, kan veel beschaafder leven dan Ganna en Albruna. … “vitam multo humaniorem agere potes quam nos.”
3b “In villa plena divitarum vitam multo humaniorem agere potes quam nos.”3c Albruna betwijfelt dat Vaeleda een gelukkig leven leidt. “Vere felix es?”
3d Albruna autem, soror maior, vix credere poterat iucundam vitam esse meliorem..”
4a geluk houdt in volgens Vaeleda dat: de echtgenoot haar goed verzorgt door haar niet vast te houden met enkel zwaar werk: Nullo gravi labore detineor,…
4b) geluk houdt in volgensdd Vaeleda dat: In een Bataafs gezin niets wordt besloten zonder, en voordat de Bataafse vrouwen hun mening geven. “Nihil decernitur antequam uxores opinionem suam dederunt.”
5a
De Handelswijze van de Romeinse man
De handelswijze van de Bataafse man
Hij verzorgt de vrouw goed De vrouw van de Bataafse man moet werken
De echtgenote verricht geen enkel zwaar werk De mening van de bataafse vrouw telt altijd mee bij alle beslissingen.
De Romeinse echtgenoot neemt alle zware plichten op zich. De bataafse echtgenoot verzorgt zijn Bataafse vrouw.
De Romeinse Echtgenote moet haar echtgenoot gehoorzamen.

6.a de welstand “luxuria”6b de vrijheid “libertatem”
6c ik zou het welstandigere leven kiezen. Dan ben ik niet zwaar werk verplicht te doen. Maar ik moet altijd gehoorzamen aan mijn superieuren.