6.2b Een ongewone wolk
6.2b Een ongewone wolk
Hij was in Misenum en voerde in eigen persoon bevel over de vloot. Op 24 augustus op ongeveer het zevende uur wees mijn moeder hem erop dat een wolk verscheen met een ongebruikelijke grote en een ongebruikelijk uiterlijk. Nadat hij een zonnebad had genomen, daarna een koudwaterbad, had hij liggend iets gegeten en was aan het studeren; hij eist zijn sandalen op, hij beklimt de plek waar dat wonderbaarlijke verschijnsel het best kon worden gezien. Een wolk rees op– voor de mensen die keken was het in de verte onzeker vanaf welke berg: later is bekend geworden dat het de Vesuvius was – werd zichtbaar, waarvan de gelijkenis en uiterlijk geen andere boom méér dan een pijnboom heeft kunnen uitdrukken.
Want alsof met een zeer lange stam verheven in de hoogte verspreidde zij zich met een soort van takken, ik denk, omdat uitgestoten door recente druk, daarna verdween zij in de breedte, toen deze zwakker werd, in de steek gelaten of zelfs door haar eigen gewicht overwonnen, soms wit, soms vuil en vol vlekken naar gelang zij aarde of as had opgetild. Dit scheen aan hem, als een zeer geleerd man, belangrijk en van dichterbij bekeken te moeten worden. Hij beveelt dat een liburnica wordt klaargemaakt; hij geeft mij de mogelijkheid, als ik met hem mee zou willen gaan; ik antwoorde dat ik liever wilde studeren, en toevallig had hij zelf gegeven wat ik moest schrijven.