Hoofdstuk 22, tekst A: De ruzie tussen Athena en Poseidon
Categorie: Boek > Pallas > Druk 5: boek 2
De ruzie gebeurde als volgt: Kekrops geboren uit de aarde, het lichaam van een man en een slang hebbend, was als eerst koning van Attika.
Zoals wordt gezegd: In deze tijd, schenen de Goden steden vast te grijpen, waarin ieder op het punt stond om eigen eer te krijgen.
De eerste die sprak was Poseidon, nadat hij naar Attika ging:
'Ik zal slaan met mijn drietand, ter hoogte van het midden van Akropolis en ik zal het zeewater tevoorschijn brengen...'
dus is er nu ook nog een vorm van een drietand in de rots.
Daarna kwam Athena en, terwijl ze de koning Kekrops getuige maakt, sprak ze:
'Ik zal een olijfboom planten op de Akropolis.'
En nu nog blijkt de olijfboom op Pandroseidon zijnde.
Toen de ruzie was ontstaan tussen beiden over het land, sprak Zeus:
'Ik zal zelf niet de rechter zijn, maar ik zal twaalf goden de rechters maken, om over de ruzie te beslissen.'
Nadat deze besloten, spraken ze:
'Wij beslissen als volgt: Het land zal door ons worden toegewezen aan Athena, omdat zij als eerst een olijfboom plantte.
Athena zal de stad naar zich zelf noemen en de naam zal Athene zijn.
Toen zij op deze manier hadden besloten, was Poseidon boos geworden en zette hij Attika onder water.