Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2006: Eeuwige haat: Rome en Carthago

pag. 122 - O, had ik maar ¬Ö 30.20.6-9

60 Men zegt dat zelden iemand anders die zijn vaderland wegens ballingschap verliet, zo bedroefd is vertrokken als Hannibal, toen hij wegging uit het land van de vijanden; dat hij vaak heeft omgekeken naar de kusten van ItaliŽ en, terwijl hij goden en mensen beschuldigde, ook zichzelf en zijn eigen hoofd (van hemzelf) heeft vervloekt, omdat hij niet meteen na de overwinning bij Cannae de met bloed bevlekte solda(a)t[en] naar Rome had geleid; Scipio had het
65 gewaagd naar Carthago te gaan, die als consul de Punische vijand in ItaliŽ niet had gezien: [maar] hij was, nadat hij honderdduizend gewapenden bij het Trasumeense meer [en] bij Cannae had gedood, rondom Casilinum en Cumae en Nola oud [en zwak] geworden. Onder deze beschuldigingen en klachten (Deze dingen beschuldigend en klagend) is hij uit zijn langdurige bezit van ItaliŽ weggehaald.