Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 2: boek 3

Hoofdstuk 15, tekst B: Odysseus en Nausikaä

1​ Odysseus wordt wakker en staat op uit het struikgewas
​als een hongerige leeuw. Zeer angstaanjagend
​scheen hij de meisjes te zijn: want hij was naakt en verweerd door het zeewater.
​De meisjes vluchtten allemaal naar de zee,
5​ maar alleen Nausikaä was niet bang, maar bleef/wachtte.
​Odysseus vroeg haar op een afstand met deze
​vriendelijke woorden:

​‘Ik smeek u meesteres: bent u godin of mens?
​Als u een godin bent, schijnt u mij het meest toe gelijk aan Artemis;
10​ maar als u een van de mensen bent, zijn uw vader en moeder
​en broers heel gelukkig! En het gelukkigst wordt de man,
​die met u zal trouwen! Want nog niet heb ik zo’n meisje gezien!
​Gêne heeft mij (in de greep)! Want ik schaam mij uw knieën vast te pakken.
​Maar ík ben heel ongelukkig: want het is mijn lot altijd
15​ veel ellende te doorstaan op zee en op land.
​Maar, meesteres, heb medelijden met mij! Want bij u als eerste ben ik aangekomen,
​en van de andere mensen ken ik niemand,
​die deze stad en (dit) land bewonen. Ik smeek u
​mij enige kleding te geven en mij te leiden naar de stad.
20​ Als dank hiervoor zullen de goden u mooie geschenken geven:
​een man en een huis en geluk’.


​Dit vroeg Odysseus aan Nausikaä.