Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 2 (Oude Druk)

Hoofdstuk 30, tekst 2: Over Horatius Cocles

Toen Plinius Flavus had begroet en over zijn zaken had verteld, stelde hij voor
naar de tuin terug te gaan. Hij zei, dat Lucius (nog) meer passages uit de
geschriften van Lucius zou vertellen. Omdat ook Flavus ze wenste te horen,
gingen beiden naar het peristylium. Zij zagen dat Marcus zich bij Lucius gevoegd
had. Nadat Marcus begroet was vroeg Plinius: "Hoeveel jaren hebben er koningen
in Rome geregeerd?" Onmiddellijk zei Lucius: "Vanaf de stichting van de stad
tot aan het einde van het koningsschap van Tarquinius zijn er 244 jaren
verlopen. Zo leert ons Lucius. "Zijn de Etrusken, nadat de koningen verdreven
waren, niet meer een gevaar voor de Romeinen geweest?" Nu roept Marcus:
"Integendeel! Koning Porsenna van Clusium besloot Rome, omdat de stad bloeide,
te veroveren. Nadat de koning zeer veel troepen verzameld had trok hij naar de
stad." "Wat deden de Romeinen?" "Omdat zij tegen z'n groot leger niet waren
opgewassen, gingen ze hen niet tegemoet. Nadat de stad ve!
rsterkt was, wachtten zij de komst van de vijanden af. Omdat de stad groter was
geworden, hadden de Romeinen op de berg Ianiculus een nieuwe wijk gesticht en,
opdat de wijk met de stad werd verbonden, hadden ze de Sublicius-brug over de
Tiber gemaakt. En op deze brug liep op een zekere dag de Romeinse soldaat
Horatius Cocles wacht. Plotseling nam hij een groot tumult waar dat op de
Ianiculus was ontstaan: nadat de zon nog maar nauwelijks was opgegaan, had
Porsena heimelijk de berg bezet en het Romeinse garnizoen op de vlucht gejaagd.
Zo groot was de moet van Horatius, dat hij besloot de vijand van de stad af te
weren. Nadat een teken was gegeven, begonnen enkele soldaten vanaf de ene oever
de brug te vernietigen. Op de andere wachtte Horatius, slechts door twee
soldaten met getrokken zwaard geholpen, de aanval van de vijanden af. Die drie
soldatensloten met geheven schilden de brug af en verdedigden de stad. Nadat de
eerste Etrusken gedood waren hield Horatius de overigen zijn!
zwaard dreigend voor en verweet hun misdadig en slaven van de koning te zijn.
De Etrusken deden, omdat zij weigerden (lett: de naam van lafheid) laf genoemd
te worden, opnieuw een aanval op de nauwe brug en werden opnieuw oor de soldaten
van de brug teruggedreven. En deze werd toen nog steeds vernietigd. Terwijl de
brug onder een luid gekraak instortte, werd een geschreeuw aangeheven. Horatius
haalde de zijnen ertoe over de Tiber over te zwemmen." "En deze god (hiermee
word Tiber bedoeld) heeft hem inderdaad beschermd," onderbrak Lucius hem,
"want terwijl de Etrusken verschillende projectielen en grote stenen naar
beneden gooiden, leidde de god hem ongedeerd naar de andere oever." "Altijd,
Lucius en Marcus\", bevestigt Plinius, "moeten jullie het voorbeeld van jullie
voorouders in gedachte houden. Aan hen hebben wij het te danken dat nu de
Romeinse zaak en het gezag overal sterk zijn". En Flavus: "Nu z'n groot
gevecht geleverd is, bevangt het verlangen naar eten mij!
. We moeten dus gaan eten!"

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.513

Nieuw afgelopen maand: 14

Gewijzigd afgelopen maand: 34