Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 3

Hoofdstuk 1, tekst 4: Mars door Itali√ę

4.1 Bij de RhŰne had hij gestreden met consul, Publius Cornelius Scipio, en had hem verdreven. Met diezelfde streed hij te Clastidium bij de Po, en vandaar zond hij deze gewond op de vlucht gejaagd weg.
4.2 dezelfde Scipio kwam voor de 3e keer samen met zijn collega Tiberius Longus bij de Trebia tegenover hem te staan, hij ging met hen een gevecht aan en versloeg hen allebei. Daarvandaan stak hij via de figures de Appenijnen over, op weg naar Etrurius.
4.3 op deze tocht werd hij door zo'n zware ziekte van de ogen getrofeen, dat hij later nooit zijn rechter (oog) evengoed kon gebruiken. Hoewel hij door deze gezondheidstoestanden ook op dat moment nog werd gekweld en hij gedragen werd in een draagstoel, doodde hij de consul Gaius Flaminius, bij het Trasumeense meer, toen die met zijn leger in een hinderlaag omsingeld was, en (doodde hij) niet lang daarna de Praetor Cipius Centenium, toen die met een elite-corps de passen bezette.
4.4 Hiervandaan bereikte hij ApuliŽ, daar kwamen 2 consuls hem te gemoed. C. Terentius en L. Aemilius. De legers van beide consuls joeg hij in een slag op de vlucht, de consul Paulius doodde hij en bovendien heel wat oud consuls, onder wie Cnaeus Servilius Geminius, die het jaar daarvoor consul was geweest.