Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Aisopos

De visser en het sprotje

Een visser bracht een sprotje omhoog, nadat hij het visnet in de zee had neergelaten. Het sprotje, dat klein was, smeekte hem haar nu niet te vangen, maar haar te laten gaan, omdat ze nog klein was. ‘Maar wanneer ik gegroeid ben en groot geworden ben,’ zei ze, ‘zal je me kunnen vangen, aangezien ik dan voor jou ook tot groter nut zal zijn.’ En de visser zei: ‘Maar ik zou stom zijn, als ik, nadat ik de winst in mijn handen / de gevangen buit, ook al is hij klein, heb laten gaan, zou hopen op de toekomstige buit, ook al is hij groot.’
De fabel maakt duidelijk dat dom zou zijn, degene die door hoop op iets groters de dingen die in zijn handen zijn laat schieten, omdat ze klein zijn.

Statistieken

Vertalingen op de site: 7.043

Nieuw afgelopen maand: 20

Gewijzigd afgelopen maand: 21