Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2010: Cicero

2. Verdachte contacten?

Want dat aan Caelius de vriendschap met Catilina is verweten, wat dat betreft moet hij boven iedere verdenking verheven zijn. Want terwijl deze een jongeman was [64 v. Chr.] weten jullie dat Catilina met mij heeft gedongen naar het consulaat.
Als hij naar hem toeging of als hij ooit van mij wegging hoewel vele goede jongemannen een aanhanger waren van deze slechte en niet zwarige man dan zou men kunnen denken dat Caelius te vriendschappelijk was geweest met Catilina.
Maar natuurlijk weten wij achteraf en hebben wij gezien dat deze zelfs bij de politieke aanhangers van hem hoorde. Wie zou dat kunnen ontkennen? Maar ik verdedig deze tijd van zijn leven die zelf uit zichzelf zwak is, maar door de hartstocht van anderen onveilig, op deze plaats verdedig ik.
Hij was onafgebroken met mij terwijl ik leider was [65 v. Chr]; hij kende Catilina niet toen hij Afrika bestuurde als leider. Toen volgde het jaar [64 v. Chr], waarin Catilina terecht stond vanwege afpersing.
Deze was bij mij; hij verscheen zelfs nooit als helper bij hem. Daarna was er het jaar waarin ik dong naar het consulaat [63 v. Chr], Catilina dong ernaar met mij. Hij kwam nooit naar hem, hij ging nooit van mij weg.
Nadat hij zich dus zovele jaren op het forum had opgehouden zonder verdenking, zonder slechte naam, sloot hij [Caelius] zich aan bij Catilina terwijl hij zich weer voor het consulaat kandidaat stelde. Hoelang denk je dat die jonge leeftijd beschermd moest worden?
Vroeger was er voor ons een jaar dat vastgesteld was om met de armen over elkaar te zitten, opdat wij ons onderwerpen aan de oefening en aan het spel op het marsveld in tunica gekleed, en de regel van het legerkamp en van de strijd was dezelfde als wij meteen begonnen waren het leger te dienen.
Op deze leeftijd, als niet iemand zelf zijn waardigheid en zuivere levenswijze en niet alleen een strengen opvoeding van huis uit meegekregen maar ook een of andere aangeboren goede aanleg, welke ook maar alleen is beschermd door de zijnen, kon hij toch niet vluchten voor zijn echte eerloosheid.
Maar niemand sprak over zijn naam en kuisheid die die eerste beginselen van zijn jeugd onbedorven en ongeschonden had doorgebracht wanneer hij eenmaal sterker geworden was en een man onder de mannen geworden was.