Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Minerva > Boek 1

Tekst 2A

(1) Midas krijgt een wonderbaarlijk / schitterend geschenk.
Hij houdt zeer van het / zijn geschenk.
De koning is dus blij en rent door het / zijn paleis.
Nu raakt hij een tafel aan.
(5) De tafel is van goud!
Nu raakt hij een bed aan.
Het bed is ook van goud!
Midas raakt wapens, zuilen (en) muren aan.
Alle dingen / alles veranderen / verandert in goud!
(10) Dan is de koning vermoeid en wil hij eten.
De slaven brengen eten en wijn.
Midas begint te eten.
Het eten verandert meteen in goud! Midas wil drinken.
(15) De wijn verandert in vloeibaar goud!
Midas is boos en raakt zijn slaven aan.
Hij verandert de slaven in gouden standbeelden.
Midas heeft honger en dorst.
Nu haat hij zijn wonderbaarlijke / schitterende geschenk.