Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Minerva > Boek 1

Tekst 4B

(1) Jupiter laat Mercurius komen.
Mercurius is de zoon van Jupiter en de bode van de goden.
Jupiter zegt tegen zijn zoon: “Zoon, ik beveel je Argus te doden!
Argus slaapt namelijk nooit en bewaakt de koe altijd.”
(5) Mercurius maakt zich meteen klaar: hij bindt zijn vleugelschoenen onder zijn voeten,
pakt zijn herautenstaf en zijn zwaard en zet zijn hoed op.
Eerst vliegt hij door de lucht, daarna daalt hij af naar de aarde.
Daar verandert hij zich in een herder.
(10) Hij drijft zijn geiten door / over de akkers en speelt fluit.
Hij nadert Argus.
Het lied van Mercurius valt bij Argus in de smaak.
Argus groet Mercurius en zegt tegen hem:
“Wie je ook maar bent, ga zitten onder deze olijfboom!
(15) Dit is een weide vol met gras.
Wil je voor me zingen?”
Mercurius gaat naast Argus zitten en begint te zingen.
Hij vermoeit Argus echter met zijn gezang. De god is erg slim:
hij vertelt Argus ook een lang verhaal...