Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Minerva > Boek 2

Tekst 16B

(1) “En niet veel later kwam deze leeuw naar dezelfde grot, met één verzwakte en bebloede voet/poot, terwijl hij gezucht voortbracht en gekerm, die klaagden over de pijn en kwelling van de wond.” En hij zei dat daar weliswaar bij de eerste aanblik van de leeuw die naderde, zijn geest/gemoed verschrikt en angstig was.
(5) “Maar toen de leeuw,” zei hij, “naar binnengegaan, zoals inderdaad bleek, in die woning van hemzelf, mij van verre me ziet verstoppen, naderde hij vriendelijk en tam, en hij scheen aan mij zijn poot, die hij had opgetild, te laten zien en uit te strekken, als het ware om hulp te vragen. Toen”, zei hij, “trok ik een geweldige splinter, die vastzat in de zool van zijn poot, eruit en ik drukte
(10) de pus die zich diep in de wond had opgehoopt, eruit en tamelijk zorgvuldig droogde ik al zonder grote angst (de wond) diep van binnen en ik veegde het bloed weg. Toen verlicht door die inspanning en hulp van mij, is hij, nadat hij zijn poot op mijn handen had neergelegd, achterover gaan liggen en gaan slapen, en vanaf die dag hebben ik en de leeuw een hele periode van drie jaar in dezelfde grot en ook van hetzelfde voedsel geleefd.

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.613

Nieuw afgelopen maand: 19

Gewijzigd afgelopen maand: 18