Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Minerva > Boek 2

Tekst 19A

a. Blind
“Quintus houdt van Thaïs.” “Welke Thaïs?” “Thaïs met één oog.”
Thaïs mist één oog, hij (mist er) twee.
b. Uit zicht
Jij vraagt wat het landgoed te Nomentum mij oplevert, Linus?
Dit levert het landgoed mij op: ik zie jou, Linus, niet.
c. Populair?
Ik weet niet wat jij aan zoveel meisjes, Faustus, schrijft:
ik weet dit, namelijk dat geen meisje jou schrijft.
d. (On)echte tanden
Thaïs heeft zwarte, Laecania sneeuwwitte tanden.
Wat is de reden? Deze heeft gekochte (tanden), die haar eigen.
e. Philaenis
Philaenis huilt steeds met het ene oog.
Vragen jullie op welke manier dit gebeurt? Ze is éénogig.
f. Advies voor een carrière in Rome
(1) Welke reden of welke verwachting trekt/brengt jou naar Rome,
Sextus? Wat (of) verwacht je of probeer je vandaar te bereiken? Deel het mee.
“Ik zal, zeg jij, processen voeren welsprekender dan Cicero zelf
en niemand zal op de drie fora tegen mij opgewassen zijn.”
(5) Atestinus heeft processen gevoerd en Civis (jij kende beiden);
maar geen van beiden kon hun hele huur betalen.
“Als niets hiervan zal komen, zullen er door ons/mij gedichten gemaakt worden:
als je ze gehoord zult hebben, zal je zeggen dat deze (gedichten) het werk van Maro zijn.”
Je bent niet goed bij je hoofd: in iedereen, die daar in koude capes
(10) is, zie jij dichters als Ovidius en Vergilius.
“Ik zal grote ontvangstzalen bezoeken.” Nauwelijks heeft deze bezigheid
drie of vier (mensen) gevoed; de overige menigte is bleek door/van de honger.
“Wat zal/moet ik doen? Geef advies: want het is zeker dat ik in Rome leef.”
Als jij fatsoenlijk bent, kun je, Sextus, van het toeval leven.