Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 2: boek 2

Hoofdstuk 31, tekst A

Themistokles bleef onopgemerkt door andere aanvoerders toen hij een zeer betrouwbare slaaf naar het legerkamp van de Perzen zond, na hem bevolen te hebben wat hij moest zeggen. Toen deze met zijn schip was aangekomen, zei hij tegen de aanvoerders van de Perzen het volgende:
5 ‘De aanvoerder van de Atheners heeft onopgemerkt door de andere aanvoerders mij gezonden: het treft dat hij/hij is toevallig op de hand van de koning en wil liever dat jullie winnen dan de Grieken.
Als jullie nu zijn woorden zouden geloven, zouden jullie een zeer schitterende daad kunnen verrichten. Jullie moeten namelijk de Grieken
10 die zeer bang willen wegvluchten, verhinderen.’ Deze woorden geloofden de Perzen onmiddellijk.
’s Nachts nu bezetten de Perzen, onopgemerkt door de Grieken, de gehele zeestraat met hun schepen, zodat het voor de Grieken niet mogelijk was weg te vluchten.
Toen de aanvoerders in debat verwikkeld waren, kwam van het eiland Aigina
15 de Athener Aristeides, die verbannen was door het volk, naar de Grieken toe. Nadat hij bij de vergadering was gaan staan, riep hij Themistokles naar buiten, die toevallig zijn aartsvijand was. Toen Themistokles naar buiten was gekomen, zei Aristeides:
‘Kom, laten wij nu ophouden ruzie te hebben; het is immers nodig dat wij
20 handelen ter verdediging voor de redding van ons vaderland. Want als de Grieken zouden willen wegvaren, zouden zij (daartoe) niet meer in staat zijn, want wij worden door de vijanden in een cirkel omgeven. Kom, na naar binnengegaan te zijn/ga naar binnen en bericht hun dat.’ En Themistokles antwoordde: ‘Jouw bericht is toevallig zeer bruikbaar en goed; want door toedoen van mij
25 doen de Perzen dat. Want het was nodig dat de Grieken, omdat ze niet vrijwillig wilden strijden, tegen hun zin in strijd geraakten. Na zelf naar binnen gegaan te zijn/Ga zelf naar binnen en bericht hun: want als ik dit zeg, zal ik schijnen/de indruk wekken leugens te zeggen!’