Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 5: boek 2

Hoofdstuk 19, tekst B: Penelope en Odysseus

Penelope, wat betreft haar uiterlijk gelijk zijnde aan Artemis of de gouden Aphrodite, vroeg gezeten bij het vuur aan Odysseus:
'Vreemdeling, wie bent u? Van waar bent u gekomen? Waar is uw stad en wie zijn uw ouders? Want u bent niet uit een eik en niet uit een rots (geboren)!'
5 De slimme Odysseus sprak niet de waarheid, maar loog:
'Koningin, vraag me niet over mijn afkomst en vaderland, waaraan de herinnering mij veel verdriet doet. Ik ben van het brede Kreta gekomen, waarop vele volkeren en negentig steden zijn. Daar ontmoette ik uw
10 voortreffelijke echtgenoot, voordat hij met snelle schepen wegvoer naar Troje.'

Toen Penelope dit over haar echtgenoot hoorde stroomden de tranen, zoals sneeuw smelt in de bergen: want ze huilde om haar eigen echtgenoot, die dichtbij haar zat! De verstandige Odysseus had
15 medelijden met zijn huilende vrouw, maar met list verborg hij zijn eigen tranen. En hij zei: 'Vrouw, stop met huilen! Want over de terugkeer van uw echtgenoot heb ik gehoord, dat hij, na al zijn makkers en al zijn schepen te hebben verloren, zelf leeft en snel zal terugkeren: want de Faiaken, die hem eerden als een god, wilden hem, na vele bezittingen te
20 hebben gegeven, naar huis begeleiden.'
De zeer verstandige Penelope zei tot hem: 'Vreemdeling, ik hoop zeer dat deze aangename uitspraak vervuld zal woorden, maar zelf denk ik dat Odysseus niet meer thuis zal komen!'

Statistieken

Vertalingen op de site: 7.225

Nieuw afgelopen maand: 20

Gewijzigd afgelopen maand: 38