Pallas > Druk 5: boek 2
Hoofdstuk 21, Tekst B: De wraak wordt voltooid
A. Elektra, ik vraag je: waar zijn de vreemdelingen die ons bericht hebben dat Orestes in een ongeluk bij het wagenrennen is omgekomen?E. De vreemdelingen hebben binnen de dierbare gastvrouw getroffen.
A. Is het dus waar dat hij zijn leven beëindigd heeft?
E. Het is waar, want ze hebben zijn lichaam naar hier gebracht.
A. Is het mij toegestaan om het te zien?
E. Dat is zeker toegestaan, maar de aanblik is zeer beangstigend.
A. Ik ben heel blij met jouw woorden … Ik beveel je nu te zwijgen en de poorten te openen, zodat alle aanwezigen het lijk zien. Want als iemand hoopt dat Orestes nog leeft, zal hij nu, wanneer hij het lijk ziet, noodgedwongen mijn heerschappij accepteren.
[…]
A. Trek het hele doek van zijn gezicht af, zodat ook ik mijn familielid op godsdienstige wijze met weeklachten kan eren.
O. Trek jij het er zelf maar af, want het is jouw taak om dit te zien en het hartelijk toe te spreken.
A. Je hebt gelijk met je vermaning. En roep jij dan Klytaimnestra voor mij.
O. Ze is dichtbij je, kijk geen andere kant meer op!
A. Och nee, wat zie ik? Wie hebben het gedurfd om mij te bedriegen?
O. Zie je dan niet allang dat Orestes nog leeft?
A. Och nee, ik zie het! Dit is Orestes, die tot mij spreekt. Het is gedaan met mij, ongelukkige. Maar laat mij kort spreken.
E. Laat hem niet meer spreken, broer, maar dood hem zo snel mogelijk, zodat ik van deze langdurige ellende bevrijd word!
O. Ga snel naar binnen, want het is nu allerminst het moment voor woorden. Ga naar waar je mijn vader hebt gedood, zodat jij op dezelfde plek sterft. Want nu winnen wij!

