Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 3

Hoofdstuk 5: Hevige aardschokken

Nadat wij het huis uit zijn gegaan, blijven we staan. Daar doorstaan wij vele wonderlijke zaken, [en] vele angsten. Want de wagens, die wij hadden bevolen te voorschijn te brengen, werden, hoewel ze op een zeer vlak veld waren, naar verschillende kanten gedreven en ze bleven zelfs niet op hetzelfde spoor rusten, doordat ze met stenen waren geblokkeerd. Bovendien zagen wij dat de zee in zichzelf werd opgeslokt en door de aardbeving als het ware werd teruggedrongen. In elk geval was het strand breder geworden en hield het veel zeedieren in het droge zand vast. Aan de andere kant hing een zwarte en huiveringwekkende wolk, gescheurd door kronkelende en sidderende flitsen van vuur en vlammende stralen; het leken bliksemschichten, maar ze waren groter. Maar toen zei dezelfde vriend uit Spanje heftiger en indringender: \"Als jouw broer, jouw oom leeft, wil hij dat jullie ongedeerd zijn; als hij is gestorven, wilde hij dat jullie nog in leven waren; daarom, waarom treuzelen jullie om te ontsnappen?\" Wij antwoordden dat wij het niet zover zouden laten komen dat wij, onzeker over het behoud van hem, zouden zorgen voor ons behoud. Zonder langer te wachten haast hij zich weg en in volle vaart verwijdert hij zich van het gevaar. En niet veel later daalt die wolk neer op de landen, [en] bedekt de zeeŽn; hij had Capri omgeven en onzichtbaar gemaakt en dat deel van Misenum, dat uitsteekt in zee, weggenomen.