Omwille van precies die dingen en nog omwille van wetenschappelijke belangstelling, vertrok Solon op reis en kwam hij aan in Egypte bij Amasis en vooral ook in Sardes bij Kroisos. Terwijl hij was aangekomen, werd hij gastvrij onthaald door Kroisos. Daarna, op de derde of de vierde dag, op het bevel van Kroisos, leidden de dienaren Solon langs de schatkamer en toonden ze hem alle dingen die groot en fortuinlijk waren? Na hem te hebben bekeken en na alles gronden te hebben bekeken vroeg Kroisos het volgende, toen het hem goed uitkwam: "Gastvriend uit Athene, ons heeft veel informatie over jou bereikt zowel omwille van jouw wijsheid als door het feit dat je op reis was, namelijk dat jij, op zoek zijnde naar kennis, veel gebieden omwille van de wetenschappelijke belangstelling hebt bezocht. Dus nu kwam het verlangen bij mij op om te vragen of jij al iemand hebt gezien die de meest fortuinlijke is van alle mensen.” En hij vroeg dat omdat hij hoopte dat hij de meest fortuinlijke van alle mensen was. Maar Solon zei zonder te zijn gevleid en zich gebaseerd op de waarheid: “Koning, ik heb Tellos uit Athene gezien.” Kroisos, nadat hij zich had verwonderd over het antwoord, vroeg met nadruk: “Waarom oordeel jij dat Tellos de meest fortuinlijke is?” En die antwoordde: “Enerzijds had Tellos prachtige kinderen, terwijl zijn stad het goed stelde, en zag hij ze allemaal zelf kinderen krijgen terwijl ze allemaal in leven bleven. Anderzijds was hij er, naar onze normen, goed aan toe op materieel vlak, en overkwam hem een schitterend levenseinde. Want nadat een strijd was ontstaan tegen de buurvolkeren in Eleusis, nadat hij de Atheners geholpen had en nadat hij een vlucht van de vijanden veroorzaakt had, stierf hij op zeer mooie wijze en begroeven de Atheners hem op staatskosten precies op de plaats waar hij was gesneuveld en eerden ze hem op grootse wijze.” Toen Solon Kroisos nieuwsgierig had gemaakt door de vele en fortuinlijke dingen in verband met Tellos te vermelden, vroeg hij daarbij wie hij als tweede, na hem, had gezien, omdat hij meende dat hij zeker de tweede plaats tenminste zou binnenhalen. En hij zei: “Ik heb Kleobis en Biton gezien. Want zij waren op vlak van afkomst inwoners van Argos, en ze hadden voldoende materieel comfort en daarbovenop hadden ze een lichaamskracht van zo’n grote aard. Ze waren beide kampioenen op gelijke wijze en het volgende verhaal wordt vooral ook verteld. Terwijl er een feest was ter ere van Hera bij de inwoners van Argos was het nodig in elk geval dat hun moeder op een ossenspan naar de tempel gebracht moest worden, maar de runderen waren niet op tijd aanwezig uit het veld. Door de tijd in het nauw gebracht, trokken de jongemannen zelf de wagen, nadat ze onder het juk gekropen waren, hun moeder werd op de wagen meegevoerd. Nadat ze 45 stadia hadden afgelegd (= 8 km), kwamen ze aan bij het heiligdom. Nadat ze dat hadden gedaan en nadat het door de menigte gezien was, is hen een zeer goed levenseinde overkomen, de god toonde via hen duidelijk aan dat het beter was voor de mens om eerder dood te zijn dan in leven. De mannelijke inwoners van Argos eerden de kracht van de jongemannen terwijl ze rondom hen gingen staan, de vrouwelijke inwoners van Argos eerden hun moeder door te zeggen wat voor een kinderen ze heeft gekregen. En hun moeder bad tegenover het standbeeld, terwijl ze zeer blij was zowel door de prestatie als door de roem en terwijl ze was gaan staan, dat de godin aan haar kinderen Kleobis en Biton, die haar op grootse wijze hadden geëerd, gaf wat het beste is om als mens te krijgen. Na dat gebed, toen ze hadden geofferd en toen ze hadden genoten van een feestmaal, terwijl ze gingen slapen in het heiligdom zelf, zijn de jongemannen niet meer opgestaan, maar kwamen ze terecht in dat einde. De inwoners van Argos stelden hun beelden op, nadat ze die hadden gemaakt, in Delphi omdat ze zeer voortreffelijk waren geweest.” Solon gaf de tweede prijs van het geluk dus aan hen, maar Kroisos zei omdat hij boos was geworden: “Gastvriend uit Athene, wordt mijn geluk in jouw ogen gereduceerd tot niets, zodat jij mij zelfs niet evenwaardig hebt geacht aan gewone mannen?” En hij antwoordde daarop: “Kroisos, jij vraagt mij, terwijl ik weet dat het goddelijke helemaal jaloers en destructief is, over menselijke kwesties. Want in een mensenleven zijn vele dingen te zien die niemand wil zien en er zijn vele dingen te doorstaan die niemand wil doorstaan. Jij schijnt mij zowel zeer rijk te zijn als koning van vele mensen. Dat wat jij mij vroeg, kan ik jou nog niet zeggen alvorens ik te weten ben gekomen of jouw levenstijd op mooie wijze is geëindigd. Het is nodig het einde van elk ding te onderzoeken, hoe het zal aflopen. Want de god toont eerst het geluk aan velen om het daarna met wortel en al kapot te maken.” De dingen die hij zei deden op geen enkele wijze genoegen aan Kroisos, en zonder hem nog enige aandacht waardig te achten, stuurt hij Solon weg, omdat hij meende dat hij, die beval het einde van elk ding te zien, terwijl hij de aanwezige dingen genegeerd had, dwaas was.