Dit was Tiberius bekend; en om het gerucht onder het volk te sussen, waarschuwde hij bij edict dat vele illustere Romeinen voor het welzijn van de staat waren gestorven, en dat niemand met zo'n vurig verlangen was herdacht. En dit was uitstekend, zowel voor hemzelf als voor iedereen, mits er matiging aan werd toegevoegd. Want dezelfde gepastheid gold niet voor vorsten en het volk van de keizer als voor bescheiden huizen of steden. Rouw en troost bij verdriet waren passend bij recent verdriet; maar nu moest men zich richten op standvastigheid, zoals de goddelijke Julius ooit zijn enige dochter had verloren, zoals de goddelijke Augustus zijn kleinkinderen had verlaten. Er waren geen oudere voorbeelden nodig, want het Romeinse volk had immers standvastig de nederlaag van legers, de vernietiging van generaals en de totale ondergang van adellijke families doorstaan. Vorsten zijn sterfelijk, de staat is eeuwig. Dan konden ze de festiviteiten hervatten, en aangezien de Megalesische Spelen op het punt stonden plaats te vinden, konden ze ook hun genoegens hervatten.