Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2017: Livius

AUC 39.9 (p.165, rr.48-54); Aebutius en Hispala (3)

Zij had (Voor haar was) ten gevolge van hun nabuurschap een verhouding met Aebutius, die allerminst nadelig was voor het vermogen of de reputatie van de jongeman; want uit zichzelf was zij verliefd op hem geworden en had zij hem opgezocht (door haar initiatief was hij bemind en opgezocht) en, doordat de zijnen [hem] alles spaarzaam verschaften, werd hij door de vrijgevigheid van het hoertje onderhouden. Ja, zij was zelfs zover gegaan, dat ze, [helemaal] in de ban van haar verhouding, na de dood van haar patroon, na, omdat ze in niemands rechtsmacht was, een voogd gevraagd te hebben aan (van) de tribunen en de praetor, toen ze haar testament maakte, Aebutius tot enig erfgenaam benoemde (instelde).

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.614

Nieuw afgelopen maand: 19

Gewijzigd afgelopen maand: 18