Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 1

Hoofdstuk 3, werkboek

De Romeinse godsdienst 1
1.
ill. 1: Juppiter, halfnaakt, zittend op een troon, met scepter in rechterhand en
bliksem in linkerhand
ill. 2: Juno in lang, sierlijk gewaad, met restant van scepter in rechterhand
ill. 3: Minerva; zij draagt een helm die is versierd met 3 mythologische figuren:
2 gevleugelde paarden en een sfinx
ill. 3, p. 32: Mars in volledige wapenrusting: versierd harnas, cape, speer in
rechter-, schild in linkerhand, helm met twee mythologische figuren en
een pluim
2. Monotheďsme
3. Als beschermster van de stad
4. Minerva (schild), Juppiter (adelaar, bliksem en troon) en Juno


Latijn in het Nederlands
1. dominus: dominee, domineren, dominant
2. filius: filiaal


Tekst 3A
3. Aeneas past niet goed in het rijtje, omdat hij een halfgod is; de andere namen
zijn godennamen


De Romeinse godsdienst 2



1a Oppergod
b Godin van het haardvuur, zowel voor het gezin als voor de Romeinse staat
c Beschermers van de grenzen van de akkers
d Beschermers van de voorraden
e God van de zee
f God van de overgang
2. De vrouwenfiguur is omgeven door dieren, planten, vruchten en kinderen; dit
alles duidt op vruchtbaarheid
3a Met het ene gezicht kijkt hij naar het voorbije, met het andere naar het
komende
b januari
4. Hij ontvangt of brengt offers
5. De numina werden niet als personen gezien, dus konden ze ook geen daden
verrichten of avonturen beleven
6. In het antwoord moet in ieder geval het do-ut-des-principe zijn verwerkt
7. Als vogels van links voorbij vlogen was dit een slecht voorteken; links is in het
Latijn ‘sinister’
8. ‘Religio’ = ‘belemmerende band’ en inderdaad kende de Romeinse godsdienst
veel plichten en regels die moesten worden nageleefd en die de mensen dus
beperkingen oplegden
10a W2: Venus: naakt afgebeeld met de gouden appel en twee Cupido’s
b In het verhaal is hij de orakelgod, de god van de voorspelling. Op de
afbeelding is de lier te zien: Apollo is ook de god van de muziek. Pijl en boog
symboliseren Apollo als wreker; daarmee schiet hij mensen af als hij kwaad is
op hen
c W5: te herkennen aan pijl en boog (evenals Apollo die haar tweelingbroer is)
d W4: Gevleugelde hoed, schoenen en staf
e Pakuis, handelsonderneming, beurs
11. Mars rust uit, wat een goed teken is, want dan is er geen oorlog
12. Bij geluk hoort overvloed


Latijn in het Nederlands




1. defensie: defendit
2. missie: mittit
3. populair: populus
4. sessie: sedet
5. reservaat: servat
6. regering: regnat