Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Kosmos > Nieuwe druk

Hoofdstuk 7, tekst C: Te verlegen

Charmides, zoon van Glaukon, was een jongeman om rekening mee te houden, en hij wist goed de zaken van de stad. Maar hij durfde zich niet meer aan het volk van Atheners te tonen. Sokrates zei, toen hij zag dat Charmides aarzelde: “Zeg mij, Charmides, als iemand de Olympische wedstrijden kan winnen en daarom zelf geëerd kan worden en zijn vaderstad in Griekenland beroemder kan maken en zijn talent niet toont, als wat voor iemand beschouw jij hem dan?”
“Het is duidelijk”, zei Charmides, “dat hij slap en laf is.”
“Als iemand”, zei Sokrates, “voor de zaken van de stad kan zorgen en hij kan zo de stad doen floreren en hij wordt daarom geëerd, en hij wil dat niet doen, wat voor iemand meen je dat hij op zijn beurt is?”
Charmides zei tegen Sokrates: “Waarom vraag jij mij dat?”
“Ik vraag dat”, zei Sokrates, “omdat jij jouw talent niet toont en zo wil jij niet voor de zaken van de stad zorgen”
“Waarvandaan ken jij mijn talent?”, zei hij, “ik heb het nog niet aan jou getoond”
“Ik zag jou”, zei Sokrates, “vaak bij eet- en drinkfestijnen, terwijl jij jouw talent aan de aanwezigen toonde. Zij laten jou hun plannen zien, en jij adviseert altijd goed, of jij keurt juist af.”
“Het is niet hetzelfde”, zei hij, “om privé te spreken en om onder het volk je mening te tonen.”

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.613

Nieuw afgelopen maand: 19

Gewijzigd afgelopen maand: 18