Minerva > Boek 1
Hoofdstuk 6, test A (versie 3)
Titus Manlius was de bevelhebber van de Romeinse legerafdeling.Met de legerafdeling bewaakten de Romeinen het land
Plotseling zag hij de Latijnse vijanden
Toen Maecius, de Latijnse leider, de legerafdeling van Manlius Zag, riep hij: "Kom je met een legerafdeling, Manlius ? Waar is het gehele leger? Waar is de consul? Waarom vecht je niet met de Latijn en? Je bent een lafaard!"
Beledigd door zijn woorden ging Manlius meteen af op Maecius.
Maesius en Manlius vochten dapper. Tenslotte, moe van het gevecht, viel Maecius op de grond.
Malius doodde Maecius met zijn zwaard.
Trots beroofde Manlius Maecius van zijn wapens en hij ging naar het Romeinse legerkamp. Hij gaf de wapens aan zijn vader en zei: " kijk, vader, de wapens van de leider van de Latijnen! Nu ben ik toch wel lof waardig!"
Vader keek echter naar zijn zoon en antwoordde:" zoon, je bent zonder twijfel dapper zonder te vechten voor het vaderland. Toch heb je je vergist omdat je niet naar mijn woorden hebt geluisterd. Het is nodig om altijd de bevelen van de consul te gehoorzamen! De straf daarvoor is bekend. Ik beveel mijn dienaar om je te doden!"

