Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Minerva > Boek 1

Tekst 7A

(1) Vedius Pollio was zeer rijk. Hij woonde
in een grote villa en hij had veel slaven.
Hij was ook wreed. Pollio had de gewoonte, wanneer een slaaf een fout had gemaakt,
hem in een / de vijver te gooien.
(5) In de vijver waren murenen, die zich voedden
met het bloed van mensen.
Op een zekere dag nodigde Pollio keizer Augustus, zijn vriend,
uit voor het diner. Terwijl de vrienden dineren / dineerden,
brak één van de slaven van Pollio per ongeluk een kristallen schaal.
(10) Pollio, omdat hij zeer boos was, beval de andere slaven hem in
de vijver te gooien. De slaaf nam echter zijn toevlucht tot
de voeten van de keizer en zei: ‘Heer, ziet u
de wreedheid van Pollio? Spaar mij!’ Geraakt door de woorden
beval de keizer de andere slaven alle kristallen schalen te breken
(15) en hiermee de vijver te vullen. Bovendien zei hij tegen Pollio:
“Waarom (zo een) zware straf? Als een goede slaaf jouw kristallen schaal
breekt, is het (dan) nodig hem te doden? Dood
jij een mens, waar de keizer zelf aanwezig is? Laat de slaaf vrij
en laten we genieten van de maaltijd!” Zo wees Augustus zijn vriend
(20) terecht en redde hij de slaaf van de dood.