Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Perystilium

Deel 1: De Bello Gallico II, 20+23+27.1

20 Caesar moest alles tegelijk doen:het vaandel hijsen, wat het signaal was om de wapens te grijpen, de soldaten die aan het werken waren terugroepen, diegenen die een beetje verder waren om materiaal te verzamelen terug roepen de slaglinie opstellen, de soldaten aansporen,het teken met de krijgstrompet geven. Het gebrek aan tijd en de aanval van de vijand verhinderde een groot deel van deze zaken.

23 De soldaten van het negende en het tiende legioen zonden pijlen zoals ze op het linkse deel van de slaglinie opgesteld waren. de Atrebates die buiten adem waren door de ren en vermoeidheid en verzwakt door de wonden -dit deel van ons leger was hen immers tegemoet gegaan– ze werden vanop de heuveltop snel naar de rivier gedreven De onzen achtervolgden hen met zwaarden en doodden hen die de rivier probeerden over te steken. Ze twijfelden zelfs niet om de rivier over te steken. De romeinen gingen vooruit op het ongelijke terrein. de vijand bood opnieuw weerstand en hernieuwde het gevecht, maar werd terug op de vlucht gejaagd.

Op dezelfde manier, in een ander deel, versloegen twee afzonderlijke legioenen, het achtste en het elfde, de Viromanduï, met wie ze waren beginnen vechten, weg uit een hoger gelegen deel, op de oevers van de rivier zelf.

Maar het kamp was zowel vooraan als links bijna onbeschermd, in het rechter deel lag het twaalfde legioen en niet ver daarvandaan het zevende. Alle Nerviërs haatten zich in dichte drommen onder leiding van Boduognat die het oppergezag had, naar die plaats die de hoogste was van het kamp. Een deel begon het legioen te omsingelen langs de open kant, een ander deel ging naar de hoogste plaats van de flank.

27 Door hun komst was er zo’n verandering in de situatie dat onze soldaten, zelfs diegenen die door wonden voorover gevallen waren, steunend op hun schild, het gevecht hernieuwden. Ook de stalknechten die de verschrikte vijand zagen liepen zelf ongewapend op de bewapenden af. Ook de ruiterij, die hun laffe vlucht wilde goed maken door moed, overtrof op alle plaatsen van het gevecht de legioensoldaten.