Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Perystilium

Deel 1: De Bello Gallico VI, 16 t/m 18

D.B.G. VI, 16

Het gehele volk van de GalliŰrs is in hoge mate overgeleverd aan religieuze praktijken, en om die reden offeren zij die getroffen zijn door al te ernstige ziektes en zij die in gevechten en gevaren verkeren, mensen als offerdieren, ˇf ze beloven dat ze zullen offeren en zij gebruiken dru´den als tussenpersonen bij deze offers, omdat zij menen dat, als voor het leven van een mens geen mensenleven wordt teruggeven, de wil van de onsterfelijke goden niet verzoend kan worden, en ze hebben ingestelde offers van diezelfde aard van staatswege.

Sommigen hebben beelden met een reusachtige grootte, waarvan ze de ledematen, gevlochten met twijgen, vullen met levende mensen. Nadat deze in brand zijn gestoken, komen de mensen om, omringd door het vuur. Zij menen dat de terechtstellingen van hen, die gesnapt zijn bij een diefstal, een roof of een of ander vergrijp, aangenamer zijn voor de onsterfelijke goden. Maar wanneer de voorraad van deze soort (mensen) tekort schiet, gaan zij ook over tot de terechtstelling van onschuldige mensen.


D.B.G. VI, 17

Van de goden vereren ze Mercurius het meest. Van deze zijn er heel veel beelden, men vertelt dat deze de uitvinder is van alle kunsten, ze beschouwen deze als de leider / gids is van wegen en tochten, ze menen dat deze bij het verdienen van geld en bij de handel de grootste macht heeft. Na hem vereren ze Apollo, Mars, Jupiter en Minerva.

Over dezen hebben ze bijna dezelfde mening als de overige volkeren: dat Apollo ziektes verdrijft, dat Minerva de beginselen overbrengt van de handenarbeid, namelijk de kunstvaardigheden, dat Jupiter de heerschappij over de hemelbewoners heeft en dat Mars de oorlogen bestuurt. Wanneer ze besloten hebben te strijden met een gevecht / een gevecht te leveren, wijden ze aan deze meestal die dingen die ze door de oorlog hebben veroverd. Wanneer ze overwonnen hebben offeren zij de gevangen genomen dieren en brengen zij de overige dingen samen op ÚÚn plaats.

In vele staten is het mogelijk om opgebouwde stapels van deze dingen op gewijde plaatsen te zien. En het is niet vaak gebeurd, dat iemand ľ door het religieus gevoel te negeren - het aandurfde om ˇf de buitgemaakte dingen te verbergen, of de neergeplaatste dingen weg te nemen, en voor deze daad is de ergste terechtstelling met foltering vastgesteld.

D.B.G. VI, 18

De GalliŰrs verkondigen allen dat zij afstammelingen van Dis Pater waren en ze zeggen dat dit door de dru´den is overgeleverd. Om die reden bepalen zij elke tijdsruimte niet met (op basis van) het getal dagen maar met (op basis van) het getal nachten. Geboortedagen en het begin van maanden en jaren berekenen ze zo, dat de dag volgt op de nacht.

In de overige instellingen van het leven verschillen zij hierin bijna van de overige volkeren, namelijk dat zij niet dulden dat hun kinderen, behalve wanneer ze volwassen zijn geworden, openlijk naar hen komen, zodat ze zo de militaire dienstplicht zouden kunnen verdragen, en zij beschouwen het als schandelijk dat een zoon op kinderleeftijd in het openbaar onder de ogen van zijn vader vertoont.