SPQR > Versie 1
3.2 Hartstocht
3.2 HartstochtHij schijnt mij aan een god gelijk te zijn, hij schijnt mij, als het geoorloofd is, de goden te overtreffen, die tegenover jou zittend herhaaldelijk kijkt en luistert naar jou die zoet lacht, wat aan mij, ongelukkige, al mijn zintuigen wegrukt:
Want zo gauw als ik jou, Lesbia, zie, is er geen stem meer over in mijn mand, maar mijn tong is verlamd, tot diep in mijn ledematen stroomt een dunne vlam naar beneden door hun eigen geluid suizen mijn oren, mijn ogen worden bedekt door de dubbele nacht.
Niets doen Catullus, is jou tot last: door niets doen ben je uitgelaten en al te uitbundig, niets doen ben je uitgelaten en al te uitbundig, niets doen heeft vroeger ook koningen en welvarende steden vernietigd.

