SPQR > Versie 1
Tekst 50: Provincia
Tekst 50: ProvinciaIn de provincie Bithynie, waarvan de voornaamste stad Nicomedia werd genoemd, werd het stadhouderschap door Gaius Plinius Secundus verricht. Op een wederom ongelukkig moment, toen Plinius zelf niet persoonlijk toezicht hield, is in Nicomedia een uitermate ongewenste brand ontstaan. Niet alleen zijn meerdere particuliere huizen verwoest, maar ook twee openbare gebouwen, wat zelfs volgens Romeinse maatstaven onhandig was, hoewel er een weg tussen lag.
Plinius keerde zo snel mogelijk terug naar Nicomedia en probeerde te weten te komen waarom de stad zo’n grote schade had geleden, alsof men dat niet rook.
Iemand zei tegen Plinius, terwijl hij de reden zocht, dat de vlammen door de krachtige wind wijder verspreid waren. Een ander meende dat de mensen niet wisten wat gedaan moest worden en daarom besloten hadden niets te doen, om fouten te vermijden. Een ander sprak met boze stem:
“Er is geen brandspuit in de stad, en ook geen brandemmer! Als wij dergelijk gereedschap hadden kunnen gebruiken, dan had de brand niet alleen huizen, maar ook minder brood verbrand.”
Jij verwondert je er misschien over dat er geen brandweermannen in Nicomedia zijn. Aan onze staat is het niet toegestaan een gilde van brandweermannen op te richten, omdat de keizer vreest dat zij tegen de Romeinen zullen samenzweren. De rust van het Romeinse rijk is meer van belang dan de redding van de bewoners: men verliest liever zijn huis, zijn brood en uiteindelijk zichzelf, zolang de orde maar blijft bestaan.
Eerst zorgde Plinius ervoor dat voor de burgers enkele gereedschappen werden klaargemaakt, zodat zij ten minste hun belangrijkste bezittingen konden redden. Daarna schreef hij in een brief aan keizer Traianus:
“Jij, meester, moet besluiten of jij vindt dat er een gilde van 150 brandweermannen opgericht kan worden. Het schijnt mij minder gevaarlijk dan een brand zonder emmers enkelen te bewaken.”
Traianus weigerde echter:
“Het behoort ons zich te herinneren dat deze provincie en vooral Nicomedia lange tijd door zodanige groepjes gekweld zijn. Het is allerminst van belang welke naam wij zullen geven aan de mensen die voor hetzelfde doel bijeen zullen komen: in korte tijd worden zij verenigingen. Het is dus beter het bruikbare gereedschap klaar te maken en de burgers zelf maar te laten kiezen tussen hun huizen en hun brood.”

