Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 3

Hoofdstuk 6: Midas [r.160-171]

En, terwijl hij keek naar de god van het vee, zei hij: 'Bij de rechter is geen oponthoud.'Hij maakt geluid met zijn boerenrietfluit en hij streelt Midas met het onbeschaafde lied (want hij was toevallig aanwezig bij hem toen hij speelde); na hem draaide de steile Tmolus zijn gezicht(om) naar het gezicht van Apollo; zijn bos volgde zijn gezicht. Zijn blonde hoofd met laurier van de Parnassus omkranst (hebbend) sleept hij over de grond met zijn mantel, die geverfd is met purper en hij houdt zijn lier, voorzien van edelstenen en (Indisch) ivoor omhoog aan de linkerkant; zijn andere hand houdt het plectrum vast: alleen al de houding was die van een kunstenaar. Dan laat hij de snaren trillen met zijn geleerde duim en, omdat hij door de lieflijkheid daarvan is gegrepen, beveelt Tmolus Pan om zijn rietfluit ondergschikt te maken aan de lier.

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.743

Nieuw afgelopen maand: 23

Gewijzigd afgelopen maand: 47