Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 2: boek 2

Hoofdstuk 22, tekst A: 'Als een rund bij zijn ruif'

Agamemnon, die eens de aanvoerder was van zoveel mannen, antwoordde:
‘Mijn beste Odysseus, noch Poseidon noch vijandige mannen doodden mij, maar ik kwam om door een zeer slechte godheid: want in mijn eigen huis doodde Aigisthos, die met mijn zeer slechte vrouw
5 samenwoonde, samen met haar mij, na mij onthaald te hebben met een maaltijd zoals iemand die
een rund doodt bij zijn ruif . . . Zo stierf ik op een zeer schandelijke manier, (ik) voor wie niet een redder aanwezig was: want om mij heen kwamen ook mijn makkers om. Ook voor jou, Odysseus, die al van vele mannen de dood hebt gezien, zou dit een zeer verschrikkelijk schouwspel zijn geweest,
10 wij liggend/terwijl wij lagen in de grote zaal rondom de mengvaten en de volle tafels; de gehele vloer stroomde onder het/ met bloed. . . Ik hoorde de zeer meelijwekkende stem van Kassandra, de dochter van Priamos, die de verschrikkelijke Klytaimnestra ook doodde/door Kl. gedood werd.
Mij, omgekomen door het zwaard liet zij achter,
15 De hondsogige vrouw, die noch voor mij de ogen noch de mond met haar handen sloot. Geen enkele vrouw is er en zal er zijn verschrikkelijker dan Klytaimnestra, die de moord heeft voorbereid voor haar eigen echtgenoot!’