Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Perystilium

Deel 3: Echo en Narcissus

Vele jongens, vele meisjes verlangden naar hem. Maar achter zijn zachte uiterlijk ging een harde trots schuil. Geen van de jongens, geen van de meisjes raakten hem aan. Een praatgrage nimf, die noch kon zwijgen wanneer anderen spraken, noch zelf als eerste kon spreken, de weergalmende Echo, bekeek hem terwijl hij de schichtige herten in de netten joeg. Echo was tot hiertoe een lichaam, niet enkel een stem en toch had de praatzieke geen ander gebruik van haar spraakvermogen dan dat ze nu heeft: ze kon namelijk uit vele woorden de laatste woorden teruggeven.

Juno had dit gedaan omdat ze de godin opzettelijk in een lang gesprek hield zodat de nimfen zouden kunnen vluchten, wanneer ze vaak de nimfen onder aan de berg vaak liggend onder haar Jupiter kon betrappen. Nadat Juno dit merkte, zei ze: "Van die taal, waardoor ik bedrogen ben, zal jou een klein vermogen gegeven worden en van de stem een zeer kort gebruik." ,En met daden bevestigde ze haar bedreiging. Haar stem verdubbelde slechts (wat als laatste gezegd was) op het einde van het spreken en ze bracht gehoorde woorden terug.

Toevallig was de jongen van z'n groep trouwe makkers was afgedwaald, zei hij: "Is er iemand?" en "Er is!" Had echo geantwoord. Hierdoor stond hij verstomd en terwijl hij naar alle kanten een scherpe blik wierp, riep hij met luide stem "Ik kom!"; zij riep wat geroepen was. Hij keek om en toen opnieuw niemand kwam, zei hij: "Waarom ontvlucht je mij?". En evenveel woorden die hij gezegd had, kreeg hij terug. Hij volharde en toen hij bedrogen was door het afwisselde beeld van de stem, zei hij: "Laten we samenkomen!" en op geen enkel ander geluid zou Echo ooit liever geantwoord hebben: "Laten we samenkomen!", herhaalde Echo en ze begunstigde zelf haar eigen woorden en kwam uit de bossen om haar armen rond de lang verwachte hals te gooien. Hij vluchtte en al vluchtend zei hij: "Neem je armen uit hun omhelzing! Ik zou nog liever sterven dan dat ik van jou zou zijn!". Zij antwoordde niets anders dan: "Ik van jou zou zijn!".

De afgewezen Echo verborg zich in de bossen, haar beschaamd gezicht bedekte ze met gebladerte en sindsdien leeft ze eenzaam in grotten. Maar toch klampte ze zich vast en groeide de liefde ondanks de pijn van de afwijzing. Ook verzwakte de zorgen die haar wakker hielden, haar ellendige lichaam, de uitputting deed haar huid verschrompelen en de lichaamssappen van heel haar lichaam gingen in lucht op. Slechts haar stem een beenderen bleven over; de stem bleef; men zegt dat haar beenderen de vorm van stenen hebben aangenomen. Daarna verborg ze zich in de bossen en werd ze op geen enkele berg meer gezien; ze werd door iedereen gehoord: het is de stem die leeft in haar.

Terwijl hij ernaar verlangde zijn dorst te lessen, groeide er ook een andere dorst. Terwijl hij dronk, hield hij, gegrepen door het beeld van schoonheid, van een illusie zonder lichaam: hij meende dat wat water was, een lichaam was.

Wat hij zag, wist hij niet. Maar hij werd verteerd door wat hij zag en dezelfde fout die hem misleidde hitste z'n ogen op. NaÔeveling, waarom grijp je tevergeefs naar een vluchtige afbeelding? Dat wat je zoekt, is nergens; wend je af, je zult verliezen waar je van houdt. Dat beeld, dat je bemerkt, is geen beeld maar een weerkaatste schaduw.

En toen ze hem zag, hoewel ze woedend was en haar afwijzing herinnerend werd ze toch verdrietig en telkens wanneer de ongelukkige jongen "Helaas!" had gezegd, herhaalde ze met echoŽnde stem die "Helaas!" en wanneer hij met z'n handen op z'n bovenarmen sloeg, weerkaatste ze ook dat geluid van het (weeklagend) slaan. Z'n laatste stemgeluid was van hem, die zoals gewoonlijk in het water keek: "Helaas, tevergeefs beminde jongen!" en evenveel woorden weerkaatste de plaats. Nadat hij "Vaarwel!" zei, zei ook Echo "Vaarwel!". Hij legde z'n vermoeide hoofd op het groen gras, de dood sloot de ogen die de schoonheid van zijn geliefde bleef bewonderen.. Ook toen nog bekeek hij zichzelf, nadat hij in de onderaardse zitplaats ontvangen was, in het water van de Styx. Z'n zussen, de waternimfen, sloegen zich uit rouw en wijdden afgesneden haren aan hun broer, de bosnimfen sloegen zich; de slagen weerkaatste Echo. En ze maakten een lijkbaar, een brandstapel en uit spaanders gemaakte fakkels; nergens was een lichaam, in de plaats van het lichaam vonden ze een gele bloem, terwijl witte blaadjes het midden omgorden.